Home

Profiel
Werkwijze
Ervaring
Tarieven
Contact


Voorwaarden
Offerte
Voorbeelden
Vraag
Hier vindt u veelgestelde vragen


Actualiteiten en achtergronden over belastingen
Actualiteiten en achtergronden over boekhouden
Actualiteiten en achtergronden over accountancy
Actualiteiten en achtergronden over management
Iets niet gevonden? Zoek hier verder!

Bestel hier boeken over boekhouden, belastingen of management


Administratiekantoor R&N Administraties


Op welke heffingskortingen heeft u recht?

Over het belastbaar inkomen bent u inkomstenbelasting verschuldigd. Op deze verschuldigde inkomstenbelasting komen de heffingskortingen, waar u recht op heeft, in mindering. Grote vraag is dan natuurlijk welke heffingskortingen zijn er allemaal en voor welke komt u in aanmerking. Hieronder vindt u een opsomming van de heffingskortingen zoals deze in 2006 kunnen worden toegepast.

Algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen deze korting niet overdragen aan hun partner. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Weinig inkomen houdt hier in: het totaalbedrag van salaris, uitkering of pensioen is lager dan ongeveer € 5.800 en er is geen ander inkomen. Voorwaarde voor uitkering is dat de partner van belastingplichtige voldoende inkomen heeft en voldoende belasting betaalt.

Arbeidskorting

Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende soorten inkomsten heeft: loon of salaris, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (de arbeidskortingsgrondslag). Voor ouderen vanaf 57 jaar geldt een hogere arbeidskorting.

Kinderkorting

De regeling voor de kinderkorting is vereenvoudigd. Voortaan is er nog maar één kinderkorting. De aanvullende kinderkorting vervalt. De hoogte van de kinderkorting hangt af van het gezamenlijke inkomen van de belastingplichtige en zijn partner. Een belastingplichtige heeft recht op kinderkorting als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan;

  • er behoort in 2006 meer dan zes maanden een kind tot het huishouden van de belastingplichtige en dit kind is bij aanvang van het kalenderjaar jonger dan 18 jaar en
  • dit kind is tijdens die periode op het woonadres van belastingplichtige of dat van zijn partner ingeschreven en wordt door één van beide in belangrijke mate onderhouden en
  • het gezamenlijke verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner is niet hoger dan € 44.034.

Combinatiekorting

Een belastingplichtige heeft recht op de combinatiekorting als:

  • hij inkomen uit tegenwoordige arbeid heeft waarvoor meer dan € 4.405 wordt ontvangen, of de belastingplichtige komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers en
  • er behoort in 2006 gedurende tenminste 6 maanden een kind tot zijn huishouding dat bij aanvang van het kalenderjaar jonger is dan 12 jaar en
  • tijdens die periode is dit kind op hetzelfde woonadres ingeschreven als de belastingplichtige.

Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben ze allebei recht op deze korting.

Aanvullende combinatiekorting

De minstverdienende partner die recht heeft op de combinatiekorting, heeft ook recht op de aanvullende combinatiekorting. Deze heffingskorting geldt eveneens voor de werkende alleenstaande ouder die recht heeft op de combinatiekorting. De aanvullende combinatiekorting is in 2006 verhoogd en bedraagt € 608

Alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2006 meer dan zes maanden:

  • geen partner heeft en
  • een huishouding voert met een kind dat hij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven moet staan en
  • deze huishouding voert met geen ander dan kinderen die bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt.

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting als hij:

  • recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting en
  • tegenwoordige arbeid verricht en
  • tot zijn huishouden behoort gedurende een periode van meer dan zes maanden een kind dat bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt en dat gedurende die tijd op hetzelfde woonadres is ingeschreven.

De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3% van de inkomsten uit werkzaamheden buiten de huishouding, maar maximaal € 1.414

Jonggehandicaptenkorting

De jonggehandicaptenkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Men komt ook voor de jonggehandicapten-korting in aanmerking, als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen, vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.

Ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2006 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 31.256.

Alleenstaande ouderenkorting

De alleenstaande ouderenkorting komt in 2006 in de plaats van de aanvullende ouderenkorting. Voor de alleenstaande ouderenkorting geldt - anders dan voor de aanvullende ouderenkorting het geval was - geen maximum inkomensgrens. Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

Levensloopverlofkorting

In het kader van de invoering van de levensloopregeling, wordt met ingang van 2006 de levensloopverlofkorting geïntroduceerd. Op deze korting heeft men recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed.
De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 185 per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.

Ouderschapsverlofkorting

In verband met de introductie van de levensloopregeling en de afschaffing van de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof, wordt met ingang van 2006 de ouderschapsverlofkorting geïntroduceerd.
De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2006 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelneemt aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2006 ten opzichte van 2005.

Administratiekantoor R&N Administraties

Het verwerken van de heffingskorting in de belastingaangifte beperkt zich vaak tot het aanvinken van de kortingen waar u recht op heeft. U dient zelf uit te vinden welke dit zijn. Wilt u uw belastingaangifte laten verzorgen met daarin alle heffingskortingen die in uw situatie van toepassing zijn? Neem dan vandaag nog contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

 

 

 

 

   

R&N Administraties ©2005

Op al onze diensten zijn de algemene voorwaarden van toepassing