Op welke heffingskortingen heeft u recht?
Over het belastbaar inkomen bent u inkomstenbelasting verschuldigd.
Op deze verschuldigde inkomstenbelasting komen de heffingskortingen, waar
u recht op heeft, in mindering. Grote vraag is dan natuurlijk welke heffingskortingen
zijn er allemaal en voor welke komt u in aanmerking. Hieronder vindt u
een opsomming van de heffingskortingen zoals deze in 2006 kunnen worden
toegepast.
Algemene heffingskorting
Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting.
Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen
deze korting niet overdragen aan hun partner. Als één van
de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting
niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden (een deel
van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst.
Weinig inkomen houdt hier in: het totaalbedrag van salaris, uitkering
of pensioen is lager dan ongeveer € 5.800 en er is geen ander inkomen.
Voorwaarde voor uitkering is dat de partner van belastingplichtige voldoende
inkomen heeft en voldoende belasting betaalt.
Arbeidskorting
Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als
hij één van de volgende soorten inkomsten heeft: loon of
salaris, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.
Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid. De hoogte van de
arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor
bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (de arbeidskortingsgrondslag).
Voor ouderen vanaf 57 jaar geldt een hogere arbeidskorting.
Kinderkorting
De regeling voor de kinderkorting is vereenvoudigd. Voortaan
is er nog maar één kinderkorting. De aanvullende kinderkorting
vervalt. De hoogte van de kinderkorting hangt af van het gezamenlijke
inkomen van de belastingplichtige en zijn partner. Een belastingplichtige
heeft recht op kinderkorting als aan de onderstaande voorwaarden wordt
voldaan;
- er behoort in 2006 meer dan zes maanden een kind tot
het huishouden van de belastingplichtige en dit kind is bij aanvang
van het kalenderjaar jonger dan 18 jaar en
- dit kind is tijdens die periode op het woonadres van
belastingplichtige of dat van zijn partner ingeschreven en wordt door
één van beide in belangrijke mate onderhouden en
- het gezamenlijke verzamelinkomen van de belastingplichtige
en zijn partner is niet hoger dan € 44.034.
Combinatiekorting
Een belastingplichtige heeft recht op de combinatiekorting
als:
- hij inkomen uit tegenwoordige arbeid heeft waarvoor
meer dan € 4.405 wordt ontvangen, of de belastingplichtige komt
in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers en
- er behoort in 2006 gedurende tenminste 6 maanden een
kind tot zijn huishouding dat bij aanvang van het kalenderjaar jonger
is dan 12 jaar en
- tijdens die periode is dit kind op hetzelfde woonadres
ingeschreven als de belastingplichtige.
Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben
ze allebei recht op deze korting.
Aanvullende combinatiekorting
De minstverdienende partner die recht heeft op de combinatiekorting,
heeft ook recht op de aanvullende combinatiekorting. Deze heffingskorting
geldt eveneens voor de werkende alleenstaande ouder die recht heeft op
de combinatiekorting. De aanvullende combinatiekorting is in 2006 verhoogd
en bedraagt € 608
Alleenstaande-ouderkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting
als hij in 2006 meer dan zes maanden:
- geen partner heeft en
- een huishouding voert met een kind dat hij in belangrijke
mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven moet staan
en
- deze huishouding voert met geen ander dan kinderen die
bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar niet hebben
bereikt.
Aanvullende alleenstaande-ouderkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting
als hij:
- recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting en
- tegenwoordige arbeid verricht en
- tot zijn huishouden behoort gedurende een periode van
meer dan zes maanden een kind dat bij aanvang van het kalenderjaar de
leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt en dat gedurende die tijd op
hetzelfde woonadres is ingeschreven.
De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3% van de inkomsten uit werkzaamheden buiten de huishouding, maar maximaal € 1.414
Jonggehandicaptenkorting
De jonggehandicaptenkorting geldt voor de belastingplichtige
die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering),
tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Men komt ook voor de jonggehandicapten-korting
in aanmerking, als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering maar
niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen, vanwege het hebben
van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.
Ouderenkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting
als hij op 31 december 2006 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen
heeft van niet meer dan € 31.256.
Alleenstaande ouderenkorting
De alleenstaande ouderenkorting komt in 2006 in de plaats
van de aanvullende ouderenkorting. Voor de alleenstaande ouderenkorting
geldt - anders dan voor de aanvullende ouderenkorting het geval was -
geen maximum inkomensgrens. Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting
als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.
Levensloopverlofkorting
In het kader van de invoering van de levensloopregeling,
wordt met ingang van 2006 de levensloopverlofkorting geïntroduceerd.
Op deze korting heeft men recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed.
De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen
levenslooptegoed, maar ten hoogste € 185 per jaar waarin is gestort
in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in
voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.
Ouderschapsverlofkorting
In verband met de introductie van de levensloopregeling
en de afschaffing van de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof,
wordt met ingang van 2006 de ouderschapsverlofkorting geïntroduceerd.
De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2006
gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelneemt
aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren
ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag
van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De korting
bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2006 ten
opzichte van 2005.
Administratiekantoor R&N Administraties
Het verwerken van de heffingskorting in de belastingaangifte
beperkt zich vaak tot het aanvinken van de kortingen waar u recht op heeft.
U dient zelf uit te vinden welke dit zijn. Wilt u uw belastingaangifte
laten verzorgen met daarin alle heffingskortingen die in uw situatie van
toepassing zijn? Neem dan vandaag nog contact
met ons op. Wij zijn u graag van dienst.
|