Fiscale behandeling van de auto van de zaak in 2006
Met ingang van 1 januari 2006 verandert de fiscale behandeling
van de auto van de zaak ingrijpend. De wijziging van de regeling betekent
waarschijnlijk extra werk en een toename van fiscale risicos voor
de werkgever. Het is raadzaam tijdig aandacht te besteden aan de nieuwe
situatie en te overleggen met uw werknemers over de mogelijke gevolgen.
Onderstaand volgen de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige
situatie:
Bijtelling auto van de zaak
Werknemers met een door de werkgever ter beschikking gestelde
auto worden geacht hiervan een privé-voordeel te genieten. Dit
voordeel wordt momenteel in de inkomstenbelasting belast. Omdat het voor
zowel de werknemer als de Belastingdienst bewerkelijk is om het werkelijke
voordeel te bepalen, wordt al sinds jaar en dag met een forfaitaire bijtelling
gewerkt. Behoudens te leveren tegenbewijs bedraagt deze bijtelling voor
zowel 2004 als 2005 in beginsel 22% van de cataloguswaarde van de auto.
Lease auto van de zaak in 2006
Door de wijziging vanaf 1 januari 2006 komt het privé-voordeel
van een ter beschikking gestelde auto onder de loonheffing. De werkgever
dient - behoudens te leveren tegenbewijs - over dit voordeel maandelijks
loon- en premieheffing af te dragen. Het voordeel van een auto van de
zaak behoort vanaf 1 januari 2006 ook tot het loon voor de werknemersverzekeringen.
Bij een loon beneden het maximale premieloon zijn werkgever en werknemer
dus meer premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Een werkgever dient
voor alle werknemers met een auto van de zaak, in beginsel 22% van de
cataloguswaarde van de auto als loon in natura in aanmerking te nemen.
Het voordeel dient tijdsevenredig toegerekend te worden.
Voorbeeld
Bij de werknemer met een auto van de zaak met een cataloguswaarde
van € 12.500 dient op jaarbasis een bedrag van € 2.750 als loon
in natura te worden aangemerkt. Dit betekent dat elke maand een bedrag
van € 229 bij het loon moet worden geteld. Uitgaande van een belastingtarief
van 42% zal deze werknemer dus € 96 per maand aan belasting betalen
via zijn werkgever. Daarbovenop komen dan eventueel nog (bij een werknemer
die minder verdient dan het maximumpremieloon), voor zowel werkgever als
werknemer, de premies werknemersverzekeringen.
Tegenbewijs
Er vindt geen bijtelling plaats wegens privé-gebruik
als de werknemer op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé
rijdt met de ter beschikking gestelde auto. Dit tegenbewijs wordt nu door
de werknemer bij zijn aangifte inkomstenbelasting geleverd. Vanaf 2006
is de werkgever medeverantwoordelijk voor het aanleveren van het tegenbewijs.
Immers, de werkgever is dan degene die verantwoordelijk is voor de juiste
afdracht van loon- en premieheffing.
Voor het aantonen van een privé-gebruik van 500 kilometer of minder
geldt een vrije bewijsleer. Deze kan onder meer op de volgende manieren
(al of niet in combinatie) worden geleverd:
- volledige rittenadministratie (registratie van zowel
de zakelijke als privé-ritten);
- aanvulling op het arbeidscontract met een verbod op
privé-gebruik en controle door de werkgever;
- auto blijft na de werkzaamheden achter bij de werkgever.
De mogelijkheid bestaat om vooraf afspraken te maken met
de inspecteur over de wijze waarop de kilometers worden bijgehouden. Er
is aangekondigd dat er een waterdicht model voor het bijhouden van de
kilometers zal worden ontwikkeld ten behoeve van de praktijk.
Voorspellen
Het is moeilijk te voorspellen hoeveel kilometers een bepaalde
werknemer in een jaar maakt. De werkgever kan natuurlijk de voor hem veiligste
weg kiezen en standaard de bijtelling tot het loon rekenen. De werknemer
kan dan in de aangifte inkomstenbelasting aantonen dat er geen bijtelling
voor privé-gebruik plaatsvindt. Dit kan echter pas na afloop van
het belastingjaar. Stel dat de werknemer aangeeft dat hij de auto van
de zaak niet privé zal gebruiken. De relatie met de werknemer zal
er niet beter op worden als de werkgever, om zijn eigen risicos
te beperken, toch besluit om iedere maand rekening te houden met 1/12e
van de bijtelling op jaarbasis. Dit kan tot heftige woordenwisselingen
leiden. De verwerking van de auto van de zaak in de loonadministratie
brengt de nodige administratieve lasten met zich mee. Werkgevers lopen
vanaf 2006 fiscaal risico als de auto van de zaak niet op een juiste manier
wordt verloond. Het is voor werkgevers belangrijk dat men met werknemers
waterdichte, schriftelijke afspraken maakt, bijvoorbeeld over het niet-gebruiken
van de auto voor privé-doeleinden en het daarover te voeren bewijs.
Voorzover deze afspraken nog niet zijn gemaakt, is het raadzaam om dit
tijdig te doen.
|